Art@Site www.artatsite.com Bob Gramsma Riff, PD#18245 The Netherlands
Artist:

Bob Gramsma

Title:

Riff, PD#18245

Year:
2018
Adress:
Spijkweg, Biddinghuizen
Website:
Lonely artwork
This is the earth we live on
We live in a thick slice
With layers in awesome form
We are surrounded by air and water
We can fall off here
This calls for respect
The thin outer layer is fruitful
It is the only one of its kind
This earth is lonely,
The earth is asking to be inhabited
by people who care for each other and their place
It is a lonely artwork
I hope I can watch this artwork together
By Theo, www.artatsite.com

Vertaling
Eenzaam kunstwerk
Dit is de aarde waarop wij wonen
Wij wonen op een dikke plak
Met lagen in gekke vormen
We zijn omringt door lucht en water
Wij kunnen hier vanaf vallen
Dit vraagt om respect
De dunne buitenste laag is vruchtbaar
Er is maar eentje in zijn soort
Deze aarde is eenzaam
De aarde vraagt om bewoond te zijn
door mensen die geven om elkaar en hun plek
Dit is een eenzaam kunstwerk
Ik hoop dat ik dit kunstwerk samen kijken kan
Door Theo, www.artatsite.com

www.taak.me:
Gramsma: “Door middel van de blootstelling aan de elementen, de ontbrekende mal en het verleden dat het werk omhult in de vorm van de Zuiderzeebodemresten, herinnert dit werk ons eraan dat de aarde en haar geschiedenis - evenals de kosmische krachten of energieën die haar vormen - het menselijke begrip te boven gaan. Maar we kunnen wel proberen de ondoorgrondelijke aanwezigheid van de aarde in de tijd te waarderen wanneer we kijken naar dit opgegraven overblijfsel.”
Bob Gramsma (NL/CH) woont en werkt in Zürich. Gramsma heeft omvangrijke projecten gerealiseerd voor onder meer Art Safiental, Zwitserland (2018); Jerusalem Lives, The Palestinian Museum, Birzeit (2017); de Kochi-Muziris Biennale, India (2016); Gasträume 2016, Art in public space Zurich en AM ORT, Art Public Chur, Zwitserland (2016) en onder ander exposities in het Kunstmuseum Sankt Gallen; Kunsthaus Zürich; FRAC Bourgogne; CAC Vilnius; MAC Lyon; Swiss Institute NY; Kunstmuseum Bern en MoMA/PS1 NY.
Riff, PD#18245 is te vinden op een perceel tussen de Spijkweg en de Bremerbergweg in de gemeente Dronten. Gramsma maakte dit kunstwerk in samenwerking met TAAK in opdracht van de provincie Flevoland. Riff, PD#18245 is het achtste landschapskunstwerk in Flevoland.

www.sleutelwerken.nl:
Op 14 juni 1918 werd de Zuiderzeewet van kracht waardoor de Flevopolder kon worden aangelegd. Ter gelegenheid van 100 jaar Zuiderzeewet creëerde Bob Gramsma het monument Riff, PD#18245.
Op drie paalfunderingen en een complexe constructie zoals die ook wordt gebruikt in bruggen- en botenbouw, stortte Gramsma een heuvel van 15.000 kubieke meter landbouw- en Zuiderzeegrond. Hierin is een grote holte gegraven, die vervolgens is bekleed met een laag spuitbeton, en voorzien van een dak en een trap. Daarna is de aarde weggehaald tot maaiveldhoogte. Het afgietsel van beton vermengd met Zuiderzeebodemresten blijft over.
Riff, PD#18245 is een afdruk van Gramsma’s gegraven spoor in de Flevogrond, en weerspiegelt daarmee de ontginning en kunstmatigheid van de polder. Gramsma’s nieuwgevormde landschap, dat als een gebouw op palen rust, biedt onderdak aan dieren en mossen. Bezoekers kunnen het trappetje betreden om vanaf boven hun blik te laten dwalen over het oude land bij Elburg en het nieuwe door mensen gemaakte landschap met zijn dijken, wegen en greppels.

www.taak.me:
Het kunstwerk ontstaat in meerdere etappes die elk van belang zijn voor de totstandkoming, evenals de betekenis van het kunstwerk. Het werk wordt daarom in aan aantal aktes ‘geopend’.
De samenstelling en stevigheid van de bodem ter plaatse beïnvloeden de constructie en het aanzien van de buitenkant. Het graafproces levert zijn handtekening af. Wind, water, temperatuur en andere weersomstandigheden spelen mee. Al die invloeden en processen komen niet opeens tot stilstand als straks het betonnen object is verschenen.
Trouw blijvend aan deze redenering zal Riff niet een enkelvoudig openingsmoment kennen. In meerdere aktes kan het publiek de complexe constructie van spanten, ribben en dragers zoals die ook wordt gebruikt in bruggen- en botenbouw aanschouwen, voor deze aan het oog onttrokken wordt. Onder publieke belangstelling is in september 2018 de eerste paal van het kunstwerk in de grond geslagen, dit zou je kunnen zien als de eerste akte. Op 14 november 2018 is, samenvallend met een symposium over het honderdjarig bestaan van de Zuiderzeewet, de statische constructie zichtbaar.
Afhankelijk van het intreden van de winter zal een publieksmoment worden bepaald bij het vormen van een grote holte, het aanbrengen van de wapening en het spuiten van het beton. En tenslotte krijgt ook het blootleggen van de ontstane vorm een publiek karakter. Dit fungeert dan als een open einde, want in de toekomst volgen nog de inrichting van het natuurgebied waarin Riff komt te staan, de eerste begroeiing door mossen, en mogelijk biedt Riff plek voor het eerste broedende vogelpaar of ingetrokken vleermuizenkoppel.

www.bobgramsma.com:
Shot crete, soil, steel, reinforcement, foundation, 37,5 x 13 x 7 m Dutch monument to mark 100 years Zuiderzee Act, Land Art Flevoland Colection, curator Taak, comission Province of Flevoland, the Netherlands

www.bobgramsma.com:
Awee Prins: Exploraties in gedaanten van de ruimte - Enkele opmerkingen bij werk van Bob Gramsma
Iets over dat vreemd-vertrouwde twee gesprek van filosofie en kunst. De nu volgende woorden zijn geschreven bij het werk van Bob Gramsma. Zij beogen geen antwoord of weerwoord te geven, ook al zijn zij ontstaan vanuit een fascinatie met Gramsma's werk. Het nu volgende beweegt zich vóór alles langszij dit werk zonder het op de wijze te willen raken, waarop een kritiek of een beoordeling het zouden raken. Mochten deze woorden werkelijk langszij Gramsma's werk weten te geraken, zoals vaartuigen tijdens hun onafhankelijke, maar in zekere zin toch gemeenschappelijke vaart, dan is er iets opmerkelijks, zo niet zeldzaams gebeurd.
De zaak Gramsma
Ik ontmoette Bob Gramsma in Arnhem bij een lezing gewijd aan de relatie tussen filosofie en kunst en ik trof hem daarna meerdere malen bij gelijkgestemde gelegenheden in den lande. Zijn verzoek om over zijn werk te schrijven bracht mij in eerste instantie in verlegenheid. Gramsma's onmiskenbare interesse in de filosofie zou een onderzoek kunnen uitlokken naar de filosofische achtergrond of zelfs het filosofisch gehalte van zijn werk. Het noodlot tartend heb ik op een onbewaakt ogenblik zelfs zijn notities opgevraagd; een riskante manoeuvre, want voor een kunstenaar staan zijn gedachten uiteindelijk ten dienste van zijn werk, zij krijgen eerst in dit werk gestalte en zij 'verdwijnen' daar ook in. Gramsma's werk behoeft daarom geen toelichting vanuit de fascinatie met uiteenlopende denkers als Heidegger, Merleau-Ponty en Levinas die uit zijn aantekeningen blijkt. Ik bespreek daarom slechts - letterlijk - 'terzijde' een verwantschap van Gramsma's beelden met het gedachtegoed van deze denkers.
Kunst en Ruimte
Hoewel Gramsma's notities er niet expliciet melding van maken, zou Heideggers voordracht Die Kunst und der Raum een van Gramsma's lijfboeken kunnen zijn. In deze overweging ligt - nogmaals - geen poging zijn werk te herleiden; wij bouwen met velen aan de weg van de kunst en met velen aan die van het denken. In Die Kunst und der Raum wijst Heidegger op de eigenaardigheid van de kunstzinnige ruimte die de wetenschappelijke ruimte overspant en omspant en die de alledaagse, georiënteerde ruimte eerst nadrukkelijk in ervaring brengt. De vermeend 'lege' ruimte in en rond het beeldhouwwerk is geen leegte, maar 'gelijkoorspronkelijk' met de materialiteit van het werk. De kunstzinnige ruimtelijkheid leert ons eerst wat ruimte is: een in-ruimen, een plaats-bereiden en plaats-stichten.
Waar Heideggers overwegingen, opgetekend bij het werk van Chillida, betrekkelijk algemeen en abstract blijven, treffen wij in Gramsma's werk een inspirerende meerzijdige exploratie in de meervoudigheid van de ruimte en de ruimtelijkheid. Zijn werk behelst een inleiding, zo niet een inwijding in die meervoudigheid van de ruimte. Hiervan getuigt reeds vroeger werk, zoals het opblaasbare trappenhuis (trap, OI#933), een uitdagende exploratie in de ruimte 'omtrent' de trap, de ruimte die de trap mede tot trap maakt. Opmerkelijk is vooral - en in dit opzicht is zijn werk een duidelijke aanscherping van Heideggers gedachtegoed - Gramsma's aandacht voor de discontinuïteit van de ruimte: de wijze waarop in en door het kunstwerk en in en door de ontmoeting met het kunstwerk onvermoede grenzen en plaatsen ontstaan. Er bestaat niet zoiets als de 'hele' of 'eigenlijke' ruimte (waarnaar Heidegger op zoek lijkt te zijn) die door het kunstwerk zou worden ontsloten; het kunstwerk belichaamt (ook) de onvermoede, onvoorspelbare en onbeslisbare dimensies van de ruimtelijkheid.
Bob Gramsma is onmiskenbaar een avonturier in de ruimtelijkheid. De 'inleiding' of 'inwijding' in de fenomenaliteit van de deur speelt een belangrijke rol in het in Garlerie Torch gepresenteerde werk (crak, OI#9411). Opmerkelijk daarbij is het motief van de dubbelzinnigheid en onbeslisbaarheid. Zo is daar de geblokkeerde deur; de ontoegankelijkheid van de doorgang die de deur op een eigenaardige manier als deur - zowel toegang als afsluiting - aan de orde stelt. Avontuurlijk is bovendien de parodiërende muur, die letterlijk in de toegang van Galerie Torch is aangebracht: een massieve, onbeweeglijk 'draaideur', een muur die de deur 'verdraait', problematiseert.
Dat de materialiteit de ruimte niet vult, maar eerder markeert, toont de installatie van het granieten bed en het gedrapeerde laken. Het geplooide, kwetsbare laken gaat een innige verhouding aan met het granieten bed (grave plot, OI#946). De plaats waar de verschillende materialen elkaar ontmoeten verbeeldt een gelegenheid, zo niet een uitnodiging om deze plaats te betreden en deel uit te maken van de installatie. Hiermee stuit ik op een ander motief in Gramsma's werk: de ontmoeting met het kunstwerk. Wij moeten de autonomie van het werk niet overdrijven: "Mijn werken zijn gecompliceerde plaatsen van ervaring en waarneming", schrijft Gramsma; "In de ontmoeting met het kunstwerk veranderen werk en toeschouwer", een gedachte die centraal staat in het denken van Merleau-Ponty. In de ervaring van het kunstwerk blijft onbeslist in hoeverre deze een ervaring van ons is en in hoeverre deze ervaring door het werk teweeg wordt gebracht. "De ervaring op de plaats van het kunstwerk heeft het primaat op alle vormen van projectie en interpretatie. Het werk schrijft niet deze of gene attitude voor. Het werk is eigenlijk een kruispunt van gedachte en ervaring, van het subjectieve en het objectieve, van het actuele en het mogelijke", schrijft Gramsma.
De Ander
Maar ook hiermee is niet alles gezegd. Gramsma's werk is en beoogt meer dan een exploratie in gedaanten van de ruimte en onze ervaring daarvan. De toeschouwer is niet zomaar één van de vele passanten die het werk als werk laten plaatsvinden; de - mogelijke - menselijke aanwezigheid bij het werk houdt ook een appèl in. Ik wil daarom tot slot de dimensie van de alteriteit in het werk van Gramsma aan de orde stellen, waarbij ik impliciet enkele gedachten van Levinas ontvouw. In Gramsma's werk zijn geen mensen aanwezig, maar in de verbeelding van de deur, de doorgang, de muur, het laken en het bed, wordt de gelegenheid en verlegenheid van menselijke aanwezigheid gethematiseerd. In de wijze waarop de menselijke afwezigheid in een menselijke omgeving wordt verbeeld, of - in postmodern idioom - 'gedeconstrueerd' (de blokkade, de parodie, de schaalverkleining) schuilt een zekere onrust, zo niet een zekere verontrusting omtrent de vermeende vanzelfsprekendheid van de menselijke ruimte en de menselijke maat. Bob Gramsma's installaties tonen sporen van menselijke aanwezigheid. Juist de afwezigheid van mensen - in Heideggeriaans idioom de 'aanwezige afwezigheid' van de ander, of in Levinas' terminologie 'het spoor van de Ander' - niet als toeschouwer, maar als medebewoner van de plaatsen die de kunstenaar sticht, installeert een subtiele sociale dimensie in Gramsma's werk waaraan wij niet voorbij kunnen gaan.
Eerder gepubliceerd in: Ateliers Arnhem, (Arnhem, 1994), und erscheint als Nachdruck in: Bob Gramsma, IN - Works 931-14209 (Zürich, 2014).