Art@Site www.artatsite.com Jonh Körmeling De Wolk Breda
Artist:

Jonh Körmeling

Title:

De Wolk

Year:
2016
Adress:
NS Station Breda
Website:
Vonkeling, verlichting, lichtheid
De Wolk van John Körmeling geeft vonkelend licht. De lampjes vormen samen een wolk. Een wolk is licht. Wij kunnen onder de wolk doorlopen en daardoor in het licht komen. Dit zijn woorden die vrolijk maken.
Het kunstwerk bevindt zich in een stationshal. Op deze plek schakel ik van de ene naar de andere ruimte (en daarmee de gebeurtenis). Dit is ook een ruimte van wachten totdat de verplaatsing een feit is. Ik reken er niet op dat tijdens het wachten iets interessants gebeurt; hooguit vind ik afleiding met een mobieltje of een boek. Dit kunstwerk doet niet naar mijn gevoel zoveel met woorden als transitie, wachten, afleiding.
By Theo, www.artatsite.com

www.spoorbeeld.nl:
John Körmeling ontwierp een opvallend meeting point voor zes grote stations in Nederland: “Wanneer je niets op de grond kunt maken, dan moet je de lucht in. Dus dacht ik: ‘Wat heeft een vrije vorm en hangt in de lucht?’ Precies, een wolk.”
Al sinds de eerste treinstations werden opgericht, heeft kunst een belangrijke bijdrage geleverd aan de kwaliteit van de stationsomgeving. Denk aan de rijke ornamentiek die werd geïntegreerd in de negentiende-eeuwse architectuur van Amsterdam CS, of de monumentale wandschildering van Peter Alma die sinds 1939 de aankomsthal van Amsterdam Amstel heeft gesierd. En wie heeft er niet zitten wegdromen bij kunstwerken in de trein zelf, zoals dat van Jan Cremer of Marijke de Goey? Al sinds de jaren zeventig zijn er zo’n vijfentwintig kunstenaars geweest die op deze wijze een podium ontvingen, terwijl de reiziger op ongedwongen wijze kon genieten van hedendaagse kunst.
Deze ruimte voor verbeelding komt daarnaast tot uitdrukking terwijl reizigers wachten op hun afspraak in de stationshal. Zo kunnen ze hun collega of geliefde bijvoorbeeld ontmoeten onder de Guardian Angel van Niki de Saint Phalle in Zürich, of bij de rood-wit geblokte kubus van Dennis Adams op Schiphol. Ook in de centrale stations van Amsterdam, Arnhem, Breda, Den Haag, Rotterdam en Utrecht, zal het getwinkel van honderden lichtjes binnenkort niet meer weg te denken zijn. Daar komt namelijk het meeting point De Wolk van architect John Körmeling (1951) te hangen. Wachten krijgt hierdoor een hele andere dimensie.
Oorspronkelijk had Körmeling als meeting point de Lucky Way bedacht, een installatie van een omhoog kronkelend pad dat naar een klein huisje leidt. Deze vrolijke weg naar boven kon uitstekend dienst doen als uitkijkpunt in de aankomsthal. In plaats van ingewikkeld langs hoofden heen te moeten turen, had de reiziger op deze manier in één oogopslag zicht over de mensenmassa. Het zou een plek zijn van zien en gezien worden.
Alle inspanningen van de betrokken partijen ten spijt, werd na verloop van tijd duidelijk dat dit idee om praktische redenen niet levensvatbaar kon zijn. Hij gooide het over een andere boeg: “Wanneer je niets op de grond kunt maken, dan moet je wel de lucht in,” vertelt Körmeling. Omdat zijn werk in de hoogte moest kunnen opboksen tegen de veelheid aan reclame en informatieborden op het station, koos hij bewust voor een vrije vorm. “Dus dacht ik: ‘Wat heeft een vrije vorm en hangt in de lucht?’ Precies, een wolk.”
Het resultaat is een hangconstructie van een aluminium frame dat boven de hoofden van de reizigers zweeft. In de zeshoekige armaturen zijn ontelbaar veel kleine LED-lichtjes geplaatst, die de reiziger tegemoet knipperen. Met het at random ‘twinkelprogramma’ waarmee hij de zachtgele en witte lichtjes installeert, belooft het daarmee een echte Körmeling te worden. In plaats van dat de reiziger boven de menigte uitstijgt om de aandacht te trekken, verheft het kunstwerk zich boven de hoofden van de wachtende mensen. Ze worden letterlijk uitgelicht.
De reiziger moet nog wel even geduld hebben voordat de lichtsculpturen in alle zes stations zijn geïnstalleerd, maar de kans is groot dat ‘Ik zie je onder de wolk’ binnenkort een gevleugelde uitspraak is.

www.wikipedia.org:
John Körmeling (Amsterdam, 1 januari 1951) is een Nederlandse beeldhouwer en architect. Hij realiseerde vele opdrachten in de openbare ruimte en nam deel aan tentoonstellingen in binnen- en buitenland.
Körmeling studeerde bouwkunde aan de toenmalige Technische Hogeschool Eindhoven in Eindhoven en woont en werkt aldaar, met een eigen atelier.
Hij is meer dan een architect. Hij heeft een brede en onconventionele kijk op architectuur, omdat dit voor hem niet slechts bouwkunst behelst, maar ook stedenbouwkunde, design en beeldende kunst. Zijn werk draagt hier de sporen van en kan niet worden ondergebracht onder één noemer. Het leitmotiv van zijn oeuvre is het begrip 'ruimte' en de verschillende manieren waarop men hiermee kan omgaan.
De problematiek van stadsplanning, in combinatie met het groeiende aantal auto's en de nodige infrastructuur hiervoor (bijvoorbeeld: autosnelwegen en parkeergarages) fascineert Körmeling. Een groot deel van zijn oeuvre draait rond het vinden van creatieve en artistiek verantwoorde oplossingen voor het tekort aan parkeerplaatsen en voor files. Körmelings projecten zijn vaak geïdealiseerd en onuitvoerbaar en geven meestal blijk van een fijn gevoel voor humor. Zo maakte hij in 1999 een reuzenrad voor auto's in Utrecht: 'Drive-in wheel'. Bij Körmeling zijn vorm en inhoud vaak op zodanige manier met elkaar in overeenstemming dat beide in een oogopslag duidelijk zijn.
In 2008 werd het Draaiend huis gerealiseerd op de Hasseltrotonde in Tilburg, wat weerstand opriep bij de lokale politiek en tot tweemaal toe werd beklad.

www.hollandsemeesters.info:
Körmelings werk wordt vaak onconventionele bouwkunst genoemd. Hij begeeft zich op het snijvlak van beeldende kunst, architectuur en design. Functionaliteit en een humoristische spitsvondigheid kenmerken zijn werk.
In 1999 realiseert hij Drive-in Wheel, een reuzenrad waar je met de auto in kunt rijden, ware het een parkeerplek. Ruimte, mobiliteit en verplaatsing zijn terugkerende thema’s. Een goed voorbeeld is Parkeerkleed (1991). Een donker tapijt van ongeveer 2,5 bij 5 meter, wit omlijnd en met een witte ‘P’ in het midden. Het kleed kun je oprollen, meenemen in je auto en uitrollen als je ergens wilt parkeren: een mobiele parkeerplek.